Weekoverzicht #46; roadtrip oman, wat een teleurstelling

We begonnen aan onze roadtrip door Oman en waren behoorlijk teleurgesteld door wat we aantroffen. Dit was niet hoe ik de reis voor me zag toen we begonnen met plannen. Maar eerst konijnenspam want die zijn alleen teleurgesteld wanneer ze geen banaan tussen hun groente vinden.

Zondag; even rustig aan doen

Om 7.10 lokale tijd dus 4.10 Nederlandse tijd zetten we voet aan het Arabisch Schiereiland. Gelukkig had de douane geen haast en stonden we gezellig met honderden anderen in de rij voor het toeristen visum. Een visum wat Maarten en ik twee keer aan hebben moeten vragen omdat ze in de aanmeldprocedure voor het visum niet melden dat je binnen 30 dagen het land binnen moet komen. We vroegen het visum natuurlijk zes dagen te vroeg aan.

Een uurtje wachten later, en nog een uurtje wachten bij de auto- en kampeerspullen verhuur later waren we op sterven na dood. Ruim 24 uur zonder slaap en van een troosteloze 12 graden in Nederland naar een verzengende 34 graden of meer in Oman. Ik had er nu al geen zin meer in.

We reden een paar uurtjes, voornamelijk veroorzaakt doordat we Muscat maar niet uit leken te komen. Maarten en ik navigeren altijd zonder navigatiesysteem. Is leuk voor het avontuur. Is wat minder leuk in een grote stad. Oman was op het eerste gezicht droog, rotsig, heet en eentonig. Ik weet niet helemaal zeker of dit nou wel zo’n goede bestemming was.

Neem nou bijvoorbeeld het geweldig Bimmah zinkhole. Op de plaatjes leek het zo leuk en de omschrijving in de Lonely Planet deed vermoeden dat het fantastisch was dat zinkhole. In de praktijk was het een soort parkje met een hek er omheen. Maar denk niet dat het een groen parkje is zoals in Nederland met fijne grasveldjes en bomen en struiken. Nee het waren rotsen met her en der een speeltoestel wat bijna vergaan was.

Visjes die aan je voeten eten in de sinkhole

Onze eerste nacht kamperen was bij ons eigen strandje met azuurblauw water, bijzondere zeesterren en een fantastische watertemperatuur. Bij 32 graden zetten we voor het eerst onze tent op. We moesten daarna wel zwemmen in zee want het zweet gutst al over je rug wanneer je alleen al wilt ademen. Laat staan een tent opzetten.

De kruidenafdeling van de supermarkt

Maandag; warm, droog en doods

We werden wakker met het geluid van de zee. Het was de hele nacht bijna 30 graden gebleven, maar omdat we van zaterdag op zondag niet geslapen hadden, sliepen we zelfs bij 30 graden prima. Nou ja, prima is wat overdreven. Zoals altijd wanneer ik niet op mijn eigen rugpijnvrije matras lig, kon ik de volgende ochtend nauwelijks lopen van de rugpijn. Gelukkig maakte die verschroeiende verzengende hitte alles weer goed. Niks is zo fijn als je kampeerspullen opruimen om 6 uur smorgens bij 30 graden.

Tijd om het hogerop te zoeken voor wat verkoeling. We trokken het Salmah plateau op. In nog geen 15 kilometer stegen we van zeeniveau naar 1.300 meter. Dat waren heel wat haarspeldbochten en stijle hellingen. De autothermometer daalde van 33 naar 30 graden en de benzinemeter daalde van nog meer dan genoeg naar veel te weinig. We besloten op een derde van de lus om te draaien en de lus over het Salmah plateau niet af te maken. Blijkbaar hebben we een echte benzineslurper die 1 op 6 rijdt.

Na het tanken zouden we de zwemgodin en haar partner weer zien bij een wadi (wadi is een ander woord voor een teken van leven en het enige groen wat je voorlopig zult zien). De parkeerplek stond ramvol met voertuigen en touringcars. Je kon alleen nog lopend de wadi bereiken en bij deze temperaturen dachten Maarten en ik hetzelfde; never nooit niet.

We zetten onze reis verder voort in onze fijne geairconditionde auto ons afvragend hoe we met deze hitte ooit wat gaan ondernemen. Langer dan een half uur wil je niet uit de auto zijn. Gelukkig heeft Oman ook veel bezienswaardigheden die niet langer dan een kwartier boeiend zijn.

We stopten in de kustplaats Sur voor een lunch. De hoogtepunten van deze stad waren een fort, vissershaven, Dhow scheepswerf en een vuurtoren. Maar eigenlijk kun je het nauwelijks hoogtepunten noemen. Ik begin me af te vragen of de lyrische beschrijvingen van iedereen niet gewoon zijn ontstaan omdat er in de wijde omtrek niks anders te zien is dan rotsen. Elke verandering van deze eentonige rotsmassa lijkt dan al meteen een hoogtepunt. Ik hoop dat er later op de reis nog iets meer te zien zal zijn dan kale, dorre landschappen.

Op het strand waar we overnachten met ons tentje waren allemaal diepe kuilen gemaakt door de zeeschildpadden die in deze regio komen broeden. Er lagen zelfs eierschalen bij. Eerder op de dag zagen we al een zeeschildpad zwemmen in zee. Wees gerust, het drukste broedgebied is volledig beschermd. Daar mag niemand kamperen en mag je alleen onder begeleiding op. Sommige schildpadden dwalen wel eens af en broeden dan een strand verderop.

Dinsdag; hoe doen die bedoeïenen dat

Na nog een rugpijnnacht, maar gelukkig wel wat lagere temperaturen werden we gewekt door de moskee. Tijd om weer de alles verschroeiende hitte in te trekken.

We reden een uurtje en stopten in een klein dorpje voor koffie en in mijn geval een Mirinda (sweet menories naar Ethiopië waar dit het enige was wat ik lustte). Ik ben altijd groot fan van aan de kant van een doorgaande weg zitten en kijken wat er voorbij komt. Locals die zwaaien of hun nek verdraaien om te zien wat voor mensen hun dorpje waren komen bezoeken. Geiten die als traag verkeer de weg over sjokken. Kinderen die nieuwsgierig voorbij komen en ongenegeerd naar je staren. Dit leek ook de enige activiteit – op zwemmen na – die enigszins vol te houden was bij deze temperatuur.

We daalden af van Ras al Hadd richting Muhut. Op deze route passeerden we de rand van de Wahiba Sands; een bizar groot duingebied en het gebied van de bedoeïenen. Onvoorstelbaar dat het mogelijk is voor mensen om op zo’n desolate plek te overleven. Her en der waren dorpjes te zien, gemaakt van restmateriaal, soms volledig vervallen. Nergens was water of een teken van water te bekennen. Enkel zand en rotsen.

Halverwege de route stopten we bij roze lagunes waar bloeiende algen stilstaande stukken zeewater knalroze hadden gekleurd. Inmiddels was het 40 graden zonder een wolkje aan de lucht. Oman is geen land voor mij. Het liefst zit ik de hele dag in de auto om de hitte te ontlopen. Elke activiteit die ik wil ondernemen is een uitputtingsslag, of ik begin er maar niet eens aan omdat ik al sterf bij de gedachte.

Een hamerhaai als bijvangst, naast alle roggen en andere haaien

De zwemgodin en partner splitsten niet veel later van de route af. Zij wilden bovenin Oman blijven terwijl wij op zoek gingen naar verkoeling door verder af te zakken. En het werkte. We kampeerden op een compleet verlaten strand aan het eind van een doodlopend zandpad. Nou ja verlaten…. Her en der lagen hele grote schildpadden. Dood, maar toch indrukwekkend. We liepen langs flamingo’s (levend) en zagen hoe ze druk het water filterend verder wandelden. Er stond een verkoelend briesje en de temperatuur daalde zo snel dat het bijna fris werd. Maarten zette de tent op en ik kookte eten terwijl we over de vlakte uitkeken en genoten van de eerste avond dat het zweet niet van ons af droop.

Nog een bakkie doen in een dorp midden op een zandvlakte voordat de zwemgodin en partner hun route afsplitsten

Woensdag: naaktlopen in Oman

Na een fijne nacht bleek in de ochtend de thermometer op slechts 23 graden te staan. Dat moest gevierd worden met uitslapen. Ik heb namelijk ook mijn rugpijn probleem opgelost door van winterjassen en een slaapzakhoes een tweede kussen te maken dus kon ik zowaar langer blijven liggen. We genoten van de stilte en het wijde uitzicht en waren blij dat de lagune niet onder water was komen te staan of een dromedaris over onze tent was gewandeld.

Terug in het dorp ging Maarten naar de markt om fruit en brood te halen. In Oman spreken ze overal best goed Engels maar zo ver buiten het toeristengebied werd het wat lastiger. De meeste toeristen slaan deze regio over door helemaal niet naar het zuiden te gaan of er heen te vliegen. Maarten moest 0.700 betalen voor het fruit wat we op het marktje kochten. Hij gaf een briefje van 1 OMR. De man leek weinig aanstalten te maken om de 0.300 terug te geven dus we slenterden weg (ik 5 meter achter Maarten natuurlijk, ik ken mijn plek als gesluierde vrouw) met het idee dat die paar cent geen discussie over afgezet worden waard was. Ineens allemaal geschreeuw achter ons. Ik dacht dat ik iets fout had gedaan en me niet aan de 5 meter regel had gehouden, maar het bleek de marktkoopman. Hij kwam rennend achter ons aan om de 0.300 rial terug te geven.

Dit is al de tweede keer dat mensen zo eerlijk zijn met geld. Ik ben alleen maar de vreselijke nare Arabische landen gewend waar ze je non-stop proberen af te zetten. In Oman blijken de mensen goudeerlijk en ontzettend vriendelijk. Wanneer ze een coffeeshop of restaurant in komen zeggen ze iedereen apart gedag. En ook onderweg groet elke wildvreemde elkaar. Ik ben zeer onder de indruk van de mensen hier.

We reizen verder door niemandsland. Op dit stuk zouden weinig bezienswaardigheden zijn. Gelukkig noemde de Lonely Planet er toch een paar, zoals de rotstuinen van Duqm en de baaien bij Ras Madrakah.

Geloof de Lonely Planet nooit!!!!

Oman is één grote rotstuin. In Duqm hebben ze er alleen een hek omheen gezet en het een toeristische attractie genoemd. Er is werkelijk helemaal niks te zien in de rotstuinen van Duqm anders dan ontzettend veel bouwmachines die van een stad met 5.000 inwoners nu de grootste havenstad ter wereld na Singapore maken.

Wil je interessante geologische rotsformaties zien? Reis dan gewoon van Muhut naar Mirbat. Dit is een aaneenschakeling van bijzondere lagen en vreemd uitgesleten rotsen. Geologische wonders in overvloed. Ook de tweede suggestie van Lonely Planet – de baai bij Ras Madrakah – was niet per se oogverblindend fantastisch. Ingeklemd tussen twee grote kliffen ligt een grote baai aan het einde van een doodlopende weg. Het water is er azuurblauw met prachtig wit zand. Wanneer je een toffe plek zoekt om te kamperen dan is deze zeker de moeite waard. Maar Oman heeft zo ontzettend veel mooie baaien dat je ook prima ergens anders kunt slapen. Zoals elke dag was dit een geschikte plek om een stukje te zwemmen. Of zwommen we nou in een andere baai? Ik weet het niet meer. Ik weet wel dat het water heeeeeel lekker warm is.

Speervissen. De enige duurzame manier van vissen want geen enkele bijvangst

We besloten zelf die nacht te slapen in the middle of nowhere. Letterlijk. We zaten minstens 25 kilometer in alle richtingen van het dichtstbijzijnde dorp af. De autoweg hadden we kilometers eerder achter ons gelaten toen we besloten op een willekeurige plek van de weg af te rijden en rechtdoor door de duinen te rijden. Een half uur ploeteren verder en meer dan eens ons afvragend hoe ver het lopen zou zijn om hulp te halen wanneer we vast zouden komen te zitten, besloten we kamp op te slaan.

De temperatuur lag nog maar op 23 graden. En omdat het er echt op leek dat we alleen op de wereld waren, gingen we als naaktlopers verder. Ik ben absoluut niet van de nudistenactiviteiten, andere mensen hoeven mij niet naakt te zien. Maar wanneer het zo warm is, is het fijn om de wind over je lijf te voelen en dit was de uitgelezen kans. ‘S nachts genoten we van een geweldige sterrenhemel en het geluid van de zee in de verte. Inmiddels was het zo fris dat we eindelijk in onze slaapzak konden slapen. Ik was al bang dat ik nooit meer af zou koelen.

Donderdag; het leven keert terug

Het was niet makkelijk om de autoweg weer terug te vinden maar na een tijdje door de duinen hobbelen vonden we het asfalt weer. Tijd om verder te reizen langs rotsen en zand in eeuwig veranderende formaties.

Check hoe klein ik ben voor die enorme wand

De temperatuur leek iets aangenamer om af en toe iets te ondernemen, maar nog steeds was het warm. En het was nog wel november. Ik moet er niet aan denken hoe zwaar het hier is in augustus. Heb je plannen om naar Oman te gaan dan zou ik proberen na november te gaan. Hopelijk zijn de temperaturen dan iets dragelijker. Al heb ik daar zo mijn twijfels bij wanneer ik de lokals spreek.

We reden de bergen in naar Jebel Samhan. Stijle afdalingen waarbij de weg de bergen doormidden spleet brachten ons bovenaan de bergen. En wat ons daar te wachten stond maakte de afgelopen dagen aan saaie rotsen helemaal goed. We reden door diepe canyons met palmbomen. Groene weides met grazende dromedarissen. Kliffen die dramatisch in de groenblauwe zee storten. Het leek wel alsof we op een andere planeet aan kwamen.

Dramatische kliffen, soms gedeeltelijk in de wolken, bedekt met een groene waas van leven maakten de achtergrond voor de mooiste baaien tot nu toe. We zagen honderden vissen alle kanten uit schieten over het water, opgejaagd door grote roofvissen. Het leek wel alsof iemand ze over het water gooide zoals je soms een steentje over water gooit wat dan blijft doorstuiteren. Zeeschildpadden zwommen gemoedelijk rond, af en toe duikend naar de bodem voor het afgrazen van de zeeplantjes. En de eerste militaire controlepost met roadblocks doemde op in de verte. Dhofar – de regio waar al dit mooie groen te vinden is – is de laatste regio tot aan de grens met Yemen. Vanaf hier worden in- en uitgaande bezoekers strenger gecontroleerd.

We slingerden langs de kust verder met volle teugen genietend van dit spectaculaire uitzicht. In mijn hoofd is dit hoe de kusten van Hawaï eruit zien. Ik ben nooit op Hawaï geweest maar de plaatjes lijken sprekend op de overweldigende kliffen die er boven ons uit torenden.

We besloten in Mirbat wat te eten en daar opnieuw te bevoorraden. Mirbat was het oude centrum voor de slavenhandel en wierook handel. Beiden zijn vrijwel stil gevallen en daarmee is Mirbat zijn bron van inkomsten redelijk kwijt. Ze worstelen om een nieuw doel te vinden en dat zie je. De stad is vervallen en oud.

Vrijdag; tijd voor een douche

Buiten zagen we wolkjes aan de hemel. Het is nog mogelijk dat het weerbericht eens een keer niet 24 uur per dag strakke hemel aangeeft. De temperatuur was aangenaam gedaald. Dit beloofde een mooie dag te worden.

We begonnen de dag bij de tombes van Mohammed Bin Ali om vervolgens opnieuw de bergen in te rijden voor Wadi Darbat; een bijzondere oase met watervallen, overal vlinders en vogels en grote palmbomen om lekker onder te zitten.

Maarten en ik zaten een tijdje bij de waterval naar alle vissen en vogels te kijken. In het gebied graasden misschien wel honderden dromedarissen zich tegoed doen aan het groene feestmaal wat deze wadi ze bood.

Vanuit de Wadi Darbat reden we door naar een zinkhole uit prehistorische tijden. Was het zinkhole wat ik eerder deze week bezocht een heel groot gat in de grond, dan was dit de meervoudig overtreffende trap. Zwermen vogels vlogen er in rond en verdwenen bijna tegen de achtergrond van de grote, met bomen en groen begroeide wanden. Er kwam een aangenaam koele bries uit de diepte van dit zinkhole omhoog zetten. De bodem was niet te zien van de rand. Het enige wat er terug kwam waren honderden kwetterende vogels.

Na nog wat mooie wadi’s en grotten bezocht te hebben, reden we dan eindelijk de hoofdstad van Dhofar in: Salalah. De tweede grootste stad van Oman en voor ons het halverweg punt waar we onszelf een fijne douche, internet, een zwembad en een fatsoenlijke wc gunden. We checkten in op het strand en wasten onze zwemkleding en onszelf nu eens goed uit zodat we weer zandvrij door het leven kunnen. Na een Libanese maaltijd in plaats van ons zelfgekookte prakkie en de nodige social media updates gelezen te hebben, vielen we alweer met het geluid van de zee in slaap.

Zaterdag; nooit een dag zonder paardrijden

Zaterdag, een dag om te paardrijden. Ook wanneer ik in Oman ben. Want een leven zonder paardrijden is een leven niet geleefd. Ik had op vrijdag gebeld naar het Dhofar Waves equestrian riding center of ze me mee wilden nemen op een buitenrit in de ochtend, want tja…. warm en zo. Dus om kwart voor negen werd ik opgehaald voor een rit op een woeste arabier.

Nou ja, woeste arabier. Deze slenterde in gemoedelijk tempo over het strand en liep het liefst door het water om alle roggen aan het schrikken te maken. De temperatuur te paard viel gelukkig mee maar ik zou zeker geen 40 kilometer gaan rijden in deze hitte. Daarnaast reed ik zonder cap, in een spijkerbroek en op gympies. Die gympies zijn veel te glad waardoor ik mijn beugel bleef verliezen of met mijn voet vast kwam te zitten. Niet echt een geschikt recept voor een woeste, steigerende hengst.

Bij terugkomst op stal had Maarten nieuwe vrienden gemaakt. Een groepje Arabieren kletste met hem over dat ze eigenlijk niet naar Europa kunnen reizen voor vakantie omdat we in Europa Arabieren wantrouwen en zelfs haten (lang leve de verknipte media van tegenwoordig). Ik stond op afstand te wachten tot iemand me vroeg erbij te komen zitten. Ik had geen hoofddoek om en mijn hemdje was weinig verhullend dus ik had geen idee of ik er zo bij kon ploffen. De bank waarop ik kwam te zitten werd eerst ontruimd van mannen. Vanaf dan zou ik de hele bank voor mezelf hebben. Relaxt.

We kletsten wat af over Yemen, onderwijs en belasting. Alle vragen aan mij werden netjes gericht aan Maarten die me vervolgens toestemming gaf om te antwoorden (grapje natuurlijk. Behalve het eerste deel. Vragen werden nooit rechtstreeks aan mij gesteld).

Na wat thee leuten was ik blij dat ik terug in het hotel in het zwembad kon duiken. Een lange broek en gympies is niet per se een hele koele outfit. Daarnaast bleek ik door die hoofddoek helemaal geen zon op mijn schouders gehad te hebben waardoor ik na deze paardrijrit behoorlijk bruin (of is het eigenlijk rood?) aangelopen was.

Een uurtje zwemmen later in water van een comfortabele 32 graden kwam een distributeur van mijn werk ons ophalen. Hij had wat mooie plekken in Salalah door geappt en had bedacht dat het veel handiger was wanneer hij ons daar heen zou brengen. Dus gingen Maarten en ik met een Palestijnse Jordaniër levend in Oman langs de wierookwinkels om mijn souvenir in te slaan, langs het historisch museum over de regio inclusief een gouden koran en eindigden we op het familiestrand waar alle families het einde van hun weekend inluiden.

Zondag; daar lees je volgende week meer over

Mocht je ze gemist hebben?

Mocht je ze gemist hebben, dan vind je hieronder niks. Ik heb geen internet gehad zeven dagen lang en had geen tijd iets klaar te zetten. Na mijn vakantie weer.